Het verhaal van de 4 broers Kloostra in Dachau.

 

Hun strijd tegen het fascisme van 1933 tot 1945

 

 

Bij de strijd tegen het fascisme tijdens de oorlog in Spanje en de Tweede Wereldoorlog waren 15 leden van de familie Kloostra en haar schoon families betrokken. Vier van hen verloren het leven. Degenen die in Dachau gevangen zaten zijn: Arie, Jan, Johan en Rein...

 

Arie Kloostra

’t Herpt 6 maart 1918, † Epse 21 oktober 1998

Arie Kloostra

 

 

 

Arie groeide op in een communistisch en antifascistisch gezin. Hij had zes broers en vijf zussen. Hij was stoffeerder bij de meubelfabriek Pander in Den Haag. Het gezin hielp communistische en joodse vluchtelingen uit Duitsland door hen van de grens naar veilige adressen te begeleiden om te voorkomen dat de Nederlandse politie hen zou oppakken en terugsturen naar Duitsland.

Arie wilde tijdens de Spaanse Burgeroorlog samen met zijn broers Johan en Henk en ook zwager Leen Triep lid worden van de Internationale Brigade. Omdat hij jonger was dan 21 jaar, was hij volgens de Nederlandse wetten van die tijd minderjarig, zodat zijn ouders en broers hem op 17 april 1937 weerhielden om met zijn broers mee te gaan. Toch besloot hij in 1938 naar Spanje te vertrekken. Hij verkocht zijn motorfiets. Hij liet het geld bezorgen bij zijn moeder, die het goed kon gebruiken, en vertrok zonder afscheid te nemen. Van daaruit reisde hij naar de Pyreneeën, die hij met een 16 uur durende voettocht passeerde en aldus op 12 maart 1938 in Spanje aankwam.

Hij werd op dezelfde dag door de Internationale Brigade ingeschreven. Hij was betrokken bij de Slag om de Ebro in de zomer van 1938.

Bij Gandesa raakte hij gewond door een granaatscherf in zijn buik. Later raakte hij gewond door een kogel in zijn arm. De wond werd behandeld door de Nederlandse arts Gerrit Kastein, die een belangrijke rol zou spelen in het communistische verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In november 1938 werden de buitenlandse troepen uit Spanje teruggetrokken en Arie keerde op 5 december terug in Nederland. Hoewel de Nederlandse regering via de Volkenbond beloofd had dat er geen repercussies zouden worden toegepast op de leden van de Internationale Brigade, verloor Arie zijn Nederlanderschap, wat hem later in zijn leven nog veel problemen zou opleveren.

Zijn broer Henk keerde nooit terug uit Spanje; een zoon van Arie ontdekte in 2013 dat Henk aan tyfus was overleden en ontdekte 75 jaar na zijn dood zijn begraafplaats in San Esteban de Litera waar Henk begraven ligt met 4 Spaanse republikeinen.

corbrere 1

Corbrere2corbrere 1

Laatste rustplaats van Henk Kloostra

 

De neef Philip Willem van Henk Pander1. , die ook bestuurslid was, verzocht hem in 1939 om naar de fabriek terug te keren. Na zijn terugkeer trouwde hij met Mathilda Petronella (Tilly) Rademakers. Zij volgde voor de oorlog in de communistische jeugdbeweging 'Tempo', waarvan Bob Brandes voorzitter was, dansles van activiste Lien (Rebekka) Brilleslijper. Beiden waren zeer actief in de organisatie 'Rode Hulp' die de Internationale Brigades in Spanje ondersteunde. Zijn nieuwe zwager Cor Rademakers zou op 10 juni 1941 worden gearresteerd en op 15 juli 1942 sterven in het zeer wrede concentratiekamp Groß Rosen.

Direct na aanvang van de Duitse bezetting van Nederland sloot Arie zich aan bij het communistisch verzet in Den Haag, bij een kleine groep die van begin af aan wapens droeg. In dat groepje zaten meer oud-leden van de Internationale Brigade, onder wie Sally Dormits die later in 1942 leider werd van de Nederlandse Volksmilitie (NVM) in Rotterdam. De groep kan worden beschouwd als het startpunt van de NVM2. die een reeks bomaanslagen pleegde op Duitse treinen. Arie sloot zich echter niet aan bij de Rotterdamse NVM. Arie werkte in het verzet ook nauw samen met Bob Brandes en de Duitse communistische vluchteling Eberhard Rebling en hun respectievelijke zeer moedige (toekomstige) echtgenotes Janny en Lien Brilleslijper3..

Na een verzoek van Herman Holstege om gegevens te verzamelen over productie, leveranciers en afnemers van bedrijven vernam Arie in augustus 1940 dat Pander was begonnen met de bouw van vele duizenden landingsgestellen op ski's 4.. Al in mei 1940 was de directeur, lid van de NSB , naar Berlijn geroepen en had hij een order gekregen voor tandwielen voor Junkers 52 transportvliegtuigen. De Duitsers deden niet geheimzinnig over het doel: een winteroorlog in de Sovjet-Unie. De productie begon in augustus 1940. Pander moest 2.000 extra werknemers in dienst nemen. Arie melde het aan de communistische partij in Den Haag en via verschillende personen kwam het bericht in handen van Daan Goulooze en Leon Trepper van de Nederlandse tak van Groep Wollweber. Een gecodeerd bericht werd via de radio naar Moskou gestuurd. Dit bericht was waarschijnlijk de eerste aanwijzing voor Stalin dat Duitsland een oorlog tegen de Sovjet-Unie aan het voorbereiden was en bovendien vernam hij dat het Duitse leger door de lucht bevoorraad zou worden, welke nieuwigheid ook belangrijke militaire informatie was.

 

vliegtuig juncker

Een Junkers 52 transportvliegtuig op ski’s.

 

Vanwege de massale arrestaties in de gelederen van het communistisch verzet als gevolg van de infiltratie van de spion van de politie-inlichtingendienst Van S., dook Arie onder bij Cornelis Blom. Voor het avondeten en misschien ook voor gezelschap overdag ging hij vaak naar de vrouw van Jan Keuvelaar in de Peilstraat 33. Als gevolg van de infiltratie door Van Soolingen arresteerde op 6 juni 1941 een team van politie en Sicherheitsdienst Keuvelaar en die werd naar achtereenvolgens de concentratiekampen Buchenwald, Neuengamme en Dachau gestuurd. Keuvelaar kwam met het Totentransport van 1 augustus 1942 vanuit Neuengamme in Dachau aan; hij overleefde de oorlog. Op 7 oktober 1942 deed de Sicherheitsdienst een inval in het huis van Keuvelaar. Arie vluchtte het huis uit en rende zigzaggend door de straat zoals hij in Spanje had geleerd. Toen de Sicherheitsdienst echter begon te schieten gaf hij zich over. Omdat de vrouw van Keuvelaar niet werd gearresteerd, kan geconcludeerd worden dat Arie het doelwit van de Sicherheitsdienst had moeten zijn. Hoe de Sicherheitsdienst aan de benodigde informatie is gekomen is niet bekend.

In het 'Oranjehotel' werd hij verhoord door de Sicherheitsdienst en politieman Johannes V. van die inlichtingendienst die de communisten sinds 1926 observeerde. Omdat V. voor de oorlog de bijeenkomsten van de communistische partij in politie-uniform bezocht, herkende Arie hem. V. sloeg Arie tijdens de verhoren vele malen met een wapenstok op het hoofd en mishandelde hem ook anderszins.

Arie werd naar het ‘polizeiliches Durchgangslager’ Amersfoort gestuurd. Op 2 maart 1943 werd hij overgeplaatst naar het concentratiekamp Herzogenbusch in Vught, waar hij moest werken in het Philips-Kommando. Op 24 mei 1944 werd hij overgeplaatst naar Dachau. In het najaar van 1944 waren vier broers Kloostra tegelijk in Dachau: Arie, Jan, Johan en Rein. De broers Arie en Johan verbleven in het zogenaamde 'Interbrigadistenblock' (een barak speciaal voor oud-Spanje strijders van de burgeroorlog in Spanje 1936-1939.)

Vervolgens werd hij samen met zijn broer Johan overgeplaatst naar het buitencommando Steinhöring, waar hij moest gaan werken voor het instituut Lebensborn. In dat instituut werden ongehuwde vrouwen door anonieme mannen zwanger gemaakt om 'raszuivere' Arische kinderen te fokken. Kort voor de bevrijding werd hij teruggestuurd naar Dachau. Arie kreeg van de SS opdracht een fauteuil te bekleden. Vervolgens kreeg hij van de ondergrondse communistische organisatie in Dachau het verzoek een Luger pistool te verstoppen. Arie verstopte het pistool in een fauteuil. Na de bevrijding haalde hij het pistool weer tevoorschijn en nam het mee naar Nederland.

 afbeelding pistool Arie

Het Luger-pistool dat Arie in een leunstoel verstopte.

 

Kort voor de bevrijding werden Arie en zijn broer Johan geselecteerd voor de zogenaamde dodenmars naar een onbekende bestemming. De verwachting was dat de meeste of misschien wel alle geselecteerden tijdens die mars om het leven zouden komen. Een Duitse medestrijder in de Spaanse burgeroorlog herkende de broers en wist hun namen op de lijst te verwisselen voor die van zwarthandelaren. De rest van hun leven hadden ze de bittere smaak dat ze overleefden ten koste van het leven van anderen.

Arie werd op 29 april 1945 om 17.28 uur door het Amerikaanse leger bevrijd. Een van de Amerikaanse bevrijders was Louis Gordon (een joodse man) die tegen Franco had gevochten in de Amerikaanse Lincoln Brigade. Hij was ook betrokken bij de grote Ebro strijd, zomer 1938, evenals de Nederlandse brigade.

Na de bevrijding hielp hij samen met zijn broer Johan de Amerikanen bij het opsporen van ondergedoken SS-officieren.

Omdat veel bevrijde Nederlanders uit andere landen snel naar hun vaderland konden terugkeren, maar de Nederlanders niet, organiseerde de in Dachau bevrijde Nederlander Hans Teengs Gerritsen, met steun van Gordon, een bus om terug te keren en hulp te vragen voor evacuatie van de andere Nederlanders in Dachau. In de bus zaten 18 bevrijde mensen, onder wie Arie en Johan. Na terugkeer konden zij inderdaad regelen dat er een evacuatie-actie werd gestart. In 1987 verscheen het boek “de Bus uit Dachau” met een beschrijving van deze terugkeer.v

 

In 1945 ging Arie weer werken in de Panderfabriek, maar vanwege zijn lichamelijke toestand moest hij eind 1947 al weer stoppen. Hij vroeg een pensioen aan voor verzetsmensen die niet meer in staat waren om te werken. Door de verwondingen uit Spanje en de afschuwelijke behandeling in Dachau werd Arie uiteindelijk in 1953 arbeidsongeschikt verklaard en kreeg hij een pensioen. Niettemin bleef hij actief in de communistische partij. Hoewel hij eind jaren vijftig zijn staatsburgerschap terugkreeg, bleef hij actief voor het herstel van het staatsburgerschap van zijn medestrijders uit Spanje (alhoewel veel Spanje-vrijwilligers aan het verzet deel namen, kregen de laatsten van hen pas in de jaren tachtig hun staatsburgerschap terug; Nederlandse fascistische vrijwilligers voor Franco in Spanje verloren nooit hun staatsburgerschap en Nederlandse SS-vrijwilligers die betrokken waren bij massamoorden in de Sovjet-Unie kregen begin jaren vijftig al hun staatsburgerschap terug).

 Protest den Haag

 

 

 

 

 

Spanje-strijders Arie Kloostra (links) en Piet Laros (rechts) demonstreren in de buurt van het Nederlandse parlement voor het teruggeven van het staatsburgerschap aan alle voormalige Spanje-strijders. Foto 1969.

 

 

 

 

Na de terugkeer van de democratie in Spanje werd Arie ereburger van Spanje. In 1968 zamelde hij geld en goederen in die nuttig waren voor de Vietnamese bevolking tijdens hun strijd tegen de Verenigde Staten en hun wrede marionetten in Zuid-Vietnam.

In gezelschap van Eberhard Rebling en zijn vrouw Lien Brilleslijper overhandigde hij deze goederen aan de Vietnamese ambassadeur in Berlijn. Lien is bekend onder haar artiestennaam 'Lin Jaldati'. ( zie ‘t Hooge Nest van Roxane van Iperen)

 Ambasade Vietnam

Arie en Tilly Kloostra-Rademakers links en Lien en Eberhard Rebling-Brilleslijper rechts in 1968 op de Vietnamese ambassade in Berlijn.

 

Jan Kloostra

Nieuw-Lekkerland 19 februari 1907

 Jan Kloostra

 

Zijn beroep was typograaf. Hij trouwde met Saartje Marijtje Schellingerhout. Direct na de Duitse bezetting van Nederland sloot hij zich aan bij het communistisch verzet in Den Haag, net zoals zijn 6 broers en enkele zussen en zwagers. Samen met zijn broer Johan en zijn zwager Leen Triep sloot hij zich aan bij een groep die sabotage pleegde aan onder andere auto's en telefoonkabels.

Hij werd op 6 juni 1941 m 7 uur ‘s ochtends gearresteerd als gevolg van de infiltratie door Van S.. Dezelfde dag nog werd hij verhoord door V. van de Politie Inlichtingendienst . Een paar weken later zei V. tegen Saartje: 'Jullie zijn allemaal grote leugenaars en ik zal er voor zorgen dat je je man nooit meer zult zien'.

Op 15 maart 1942 werd hij naar het polizeiliches Durgangslager Amersfoort gestuurd. Op 31 maart 1942 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Buchenwald. Vervolgens werd hij op 21 april 1942 naar het concentratiekamp Groß Rosen overgebracht.

In Groß Rosen werd de gevangenen verteld dat Groß Rosen gelijk stond aan negentig dagen, wat inhield dat je binnen negentig dagen zou sterven. Bijna alle gevangenen moesten in de steengroeve werken. Het werk was extreem zwaar, ze werden vaak geslagen, de werkdagen waren erg lang en voor het avondeten kregen ze slechts een beker lauw water met een klein blaadje kool. Spoedig stierven de eerste gevangenen als gevolg van de harde en wrede omstandigheden. Begin juni kregen de meesten te horen dat zij onder het Nacht und Nebel-regime vielen, wat inhield dat zij niet naar huis mochten schrijven, geen brieven of pakketten mochten ontvangen , een speciale stafklasse om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen. Pakketten waren levensreddend, omdat zo wat echt voedsel kon worden verkregen. Eind juli 1942 was meer dan de helft van de gevangenen uit het transport dood.

Op 12 september 1942 werd hij met een aantal anderen overgebracht naar Dachau. Hun lichamelijke conditie was zeer slecht. Hun gewicht was ongeveer 40 kg of zelfs minder. Toen ze door de poort van Dachau liepen, voelden ze hun inwendige organen in de borst- en buikholte op en neer dansen, omdat er geen vet in hun lichaam was om de organen op hun plaats te houden. Na aankomst stierven spoedig nog een aantal van de gevangenen. In Dachau kreeg men bevel uit Berlijn om zoveel mogelijk gevangenen in leven te houden, omdat er een tekort was aan arbeiders door de vele mannelijke Duitsers die naar het front in de Sovjet-Unie waren gestuurd. Als gevolg daarvan kregen de gevangenen uit Groß Rosen volop te eten en zelfs room, wat Duitse burgers nauwelijks konden krijgen. In januari 1943 was hun toestand voldoende verbeterd om tot arbeid gedwongen te worden.

In 1943 werd Jan, samen met enkele andere gevangenen uit Groß Rosen, geselecteerd voor medische proeven. In barak 5 werden zij in een badkuip met water en ijs gelegd tot zij bewusteloos raakten. Vervolgens werden ze naakt in bed tegen een prostituee gelegd. Het doel was te onderzoeken wat de beste methode was om het leven te redden van neergeschoten piloten die in ijskoud water vielen. Tijdens de proef stierven verschillende gevangenen, maar Jan overleefde. De proeven zorgden ervoor dat Jan niet naar het Nacht-und-Nebel-kamp Natzweiler werd gestuurd zoals dat wel gebeurde met enkele andere overlevende communistische gevangenen uit Groß Rosen.

Van eind mei tot december 1944 waren vier broers Kloostra, Jan, Arie, Johan en Rein, tegelijk in Dachau.

 

Johan Kloostra

Rotterdam 29 maart 1916, Alphen aan den Rijn 27 oktober 1991

 Johan Kloostra

 

Hij groeide op in een gezin met 12 kinderen. Het hele gezin was communistisch georiënteerd en werd antifascist. Zijn beroep werd technisch ontwerper. Zijn roepnaam was 'Jo'. In de jaren dertig hield hij veelvuldig toespraken tegen het fascisme, staande op een sinaasappelkistje in het centrum van Den Haag.

Hij hielp joodse en communistische vluchtelingen de Duits-Nederlandse grens over en bracht ze naar veilige adressen om te voorkomen dat de Nederlandse politie ze zou oppakken en terugsturen naar Duitsland.

Samen met zijn broer Henk en zijn zwager Leen Triep vertrok hij op 4 april 1937 naar Spanje om zich als vrijwilliger aan te sluiten bij de Internationale Brigade. In 1938, aan het eind van de burgeroorlog, ging hij naar een door prikkeldraad omheind kamp aan het strand bij Argeles sur Mer in Zuid-Frankrijk. In dat kamp waren ongeveer 74.000 vluchtelingen: Spanjaarden en buitenlandse vrijwilligers van de Internationale Brigade. De toestand in het kamp was zo slecht dat je het een concentratiekamp kunt noemen: veel mensen stierven door honger, onhygiënische omstandigheden en slechte huisvesting. Al snel kon Jo het kamp verlaten en kwam in maart 1939 in Nederland aan. Daar verloor hij zijn Nederlanderschap.

 Johan Kloostra aan het front

Johan, met pet, aan het front.

 

Direct na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 sloot hij zich aan bij het communistisch verzet in Den Haag. Hij sloot zich met zijn broer Arie en zwager aan bij een groep die vanaf het begin vuurwapens droeg en sabotage pleegde aan auto's en telefoonkabels. Later was Jo betrokken bij het vervalsen van voedselbonnen en de verplichte persoonsbewijzen. Jo gebruikte toen de schuilnaam 'Wim'. Op 24 december 1941 trouwde hij met Dina van Rijsdam.

In het najaar van 1942 was hij koerier tussen zijn broer Tjerk Kloostra en Jaap Boekman, die de nieuwe leider was van het communistische verzet in Den Haag. Boekman werd op 21 december 1942 door de inlichtingendienst van de politie gearresteerd, nadat hij door Van S. in de val was gelokt. Boekman zweeg na zware martelingen, maar een cel spion verleidde hem te praten over zijn ervaringen in het verzet.

Zo kwam de Sicherheitsdienst veel te weten over het communistisch verzet en kon een groot aantal communisten in het verzet worden gearresteerd. Ook Jo werd op 10 maart 1943 gearresteerd, evenals zijn zwager Willy Donderwinkel op 17 februari 1943. Jo werd in Den Haag (Oranjehotel) en Utrecht gevangen gezet.

In juni 1943 was er in Utrecht een strafproces bij de rechtbank van de Kriegsmarine tegen de belangrijkste leden van de groep Boekman. Vier personen kregen de doodstraf en werden geëxecuteerd. Vanwege het vonnis werden Jo en Willy op 6 oktober 1943 naar het concentratiekamp Herzogenbusch in Vught gestuurd, waar zijn broers Arie en Rein al zaten. Jo werd in het Philips-Kommando geplaatst.

Op 24 mei 1944 werden de drie broers overgebracht naar Dachau. In het najaar van 1944 waren vier broers Kloostra tegelijk in Dachau: Arie, Jan, Johan en Rein. Vervolgens werd hij overgeplaatst naar het buitencommando Steinhöring. In Steinhöring moest hij werken als verwarmingsmonteur in een Lebensborn-project. Kort voor de bevrijding werd hij teruggestuurd naar Dachau.

 Lebensborn instituut

Het Lebensborn instituut Steinhöring.

 

Kort voor de bevrijding werden Arie en zijn broer Johan geselecteerd voor een zogenaamde dodenmars naar een onbekende bestemming. De verwachting was dat de meesten of misschien wel alle geselecteerden tijdens die mars zouden omkomen. Een Duitse medestrijder in Spanje herkende de broers en wist hun namen op de lijst te verwisselen voor die van zwarthandelaren. De rest van hun leven hadden ze de bittere smaak dat ze overleefden ten koste van het leven van anderen.

Op 29 april werd hij bevrijd. Na de bevrijding hielpen hij en zijn broer Arie de Amerikanen bij het opsporen van ondergedoken SS-officieren. Omdat veel bevrijde mensen snel naar hun vaderland konden terugkeren, maar de Nederlanders niet, organiseerde de in Dachau bevrijde Nederlander Hans Teengs Gerritsen een bus om terug te keren en hulp te vragen voor evacuatie van de andere Nederlanders in Dachau. In de bus zaten 18 bevrijde mensen, onder wie Arie en Johan. Na terugkeer konden zij inderdaad regelen dat er een evacuatie-actie werd gestart. In 1987 verscheen het boek “de Bus uit Dachau”5. met een beschrijving van de terugkeer.

 BuE33.tmp

De bus in Dachau op 17 mei vlak voor vertrek naar Nederland. Tweede van rechts met pet Arie, boven hem in het raam met pet en zonnebril op Johan. Op de voorste rij vanaf derde van rechts naar links Ed Hoornik, Hans Teengs Gerritsen, Jaap Mesdag, Carel Steensma. Verder staan Willem Brugsma, Louis van Dungen, Dirk de Loos, Piet Maliepaard, Freek Niemeijer, Johan Post Uiterweer, Jannes van Raalte, Nico Rost, Frits Steen, Cas Vermeulen, Bram Wolff.

 

Na de oorlog werkte Jo in een verwarmingsindustrie en klom op tot projectleider. Verder werkte hij voor de dienst voor het beheer van overheidsgebouwen. Op 52-jarige leeftijd ging hij met pensioen vanwege lichamelijke problemen als gevolg van zijn gevangenschap.

Zijn karakter kan worden omschreven als humoristisch, optimistisch en verantwoordelijk. Hij discussieerde graag over politieke kwesties en bleef actief in de communistische partij. Hij had drie kinderen. Zijn hobby's waren filmen en tekenen. Hij was dol op zijn kleinkinderen die hij vaak filmde. Zijn tekeningen waren prachtig.

 

Reinder Kloostra

Den Haag 7 december 1912 - 10 augustus 1980.

 Reinder Kloostra

Rein Kloostra ver na de oorlog.

 

Zijn roepnaam was Rein. Zijn beroepen voor de oorlog waren kok en slager. Hij trouwde voor de oorlog met Jansje Nijhuis. Na de Duitse bezetting van Nederland sloot hij zich aan bij het communistisch verzet in Den Haag. Hij werd koerier tussen twee grote communistische verzetsgroepen. In de zomer van 1941 ontsnapte hij door onder te duiken aan arrestatie als gevolg van de infiltratie door Van S.. Zijn naam werd echter op een opsporingslijst geplaatst. Hij zette zijn verzetsactiviteiten voort met het drukken van valse persoonsbewijzen voor Joden. Verder drukte hij de ondergrondse bladen De Waarheid (communistisch) en Vrij Nederland (min of meer rechts) en verspreidde deze.

Op 6 augustus 1942 bezocht hij een kruidenierswinkel en wisselde een bon voor suiker in. De winkelmanager ontdekte echter dat de bon vals was. Rein wist dat niet, want hij had de bon van het communistisch verzet gekregen omdat hij ondergedoken zat. De winkelmanager belde de politie en Rein werd gearresteerd. Op een of andere manier ontdekte de politie zijn ware identiteit en dat hij op de opsporingslijst stond. Vervolgens werd hij overgedragen aan de Sicherheitsdienst. Hij werd zwaar mishandeld door twee agenten van de Sicherheitsdienst en V. van de politie-inlichtingendienst: hij werd geschopt, geslagen met een knuppel, gewurgd, over de tafel gesleept, tegen een kast gegooid enz.

Op 10 november 1943 werd hij naar het concentratiekamp Herzogenbusch in Vught gestuurd, waar hij mocht werken in het Philips-Kommando. Vervolgens werd hij op 24 mei 1944 overgebracht naar Dachau en op 12 december naar Buchenwald. Tussen mei en december 1944 waren vier broers Kloostra tegelijk in Dachau.

Na de oorlog werd hij ambtenaar bij de Rijksgebouwendienst. In de jaren zestig bezocht hij tussen de middag regelmatig zijn verzetskameraad Wim Harthoorn, die vlakbij het kantoor woonde waar Rein werkte (Wim heeft ook twee periodes in Dachau doorgebracht).

Noten

1. Hendrik Pander was een fanatiek lid van de NSB, maar zijn neef Philip Winter, ook bestuurslid van het bedrijf, was een antifascist. Philip sloot zich aan bij het (niet-communistische) verzet en werd op 10 april 1945 gefusilleerd.

2. Vrijwel de gehele NVM werd in de periode oktober 1942-februari 1943 gearresteerd, wat resulteerde in de gevangenneming van ongeveer 350 leden, van wie er ongeveer 160 het leven verloren. De Sicherheitsdienst ontdekte een connectie met een communistische verzetsgroep in de fabriek Hollandia-Kattenburg bij Amsterdam. Die fabriek had veel Joodse werknemers. Meer dan 300 Joden werden onmiddellijk gearresteerd en ook hun familieleden. Zo werden er meer dan 900 gearresteerd, naar Auschwitz gestuurd en onmiddellijk vergast.

3. Bob Brandes, Eberhard Rebling en de zusjes Jannie en Lien Brilleslijper organiseerden een schuilplaats voor voornamelijk Joden in een luxe villa met de naam 't Hooge Nest, dat tevens een ontmoetingsplaats was voor het communistische verzet. De Duitsers ontdekten de schuilplaats en de zusjes werden naar Auschwitz en Bergen-Belsen gestuurd, maar ze overleefden beiden. Ze ontmoetten in Bergen-Belsen Anne & Margot Frank en werden goede vriendinnen van elkaar. Verschillende andere onderduikers, waaronder hun ouders en een broer, hebben het echter niet overleefd.

In 2018 verscheen een boek, 't Hooge nest van Roxane van Iperen (ISBN 9789048841783).

4. Pander had begin jaren dertig ervaring opgedaan met de productie van vliegtuigen. Pander zei tegen de ambtenaren die de opdracht gaven om het landingsgestel te bouwen, dat de constructie gebrekkig was. Toch kreeg Pander bevel ze te bouwen. Ze bleken inderdaad onbruikbaar te zijn. Later ontwierp en bouwde Pander voor Junkers 52 vliegtuigen hydraulische staartplaten om mini-tanks te kunnen laden. Verder bouwde hij duizenden Schulgleiter zweefvliegtuigen voor instructiedoeleinden, die vooral door de Hitler-Jugend werden gebruikt.

5. Jos Schneider en Gijs van de Westelaken, De bus uit Dachau (The bus from Dachau), 1987, ISBN: 9789460038679, tweede editie 2018; ISBN: 9789460038303. Te koop bij het Nederlands Dachau Comité

 

 

december 2020

Mario Kloostra (son of Arie)

Prades sur Vernazobres, France.

Contact opnemen met Mario Kloostra kan via dit contact formulier