Inleiding bij de Dachaulezing 2017: Do mention the war

Ed Hoornik

Op 29 april 1945 werden de poorten geopend van het concentratiekamp Dachau. De Amerikaanse Rainbow Division en 7th Army beëindigden op die dag een periode van ruim 12 jaar politieke gevangenschap en onmacht met ontstellende gevolgen: 200.000 gevangenen en 41.566 doden. Met de Dachaulezing wil het Nederlands Dachau Comité ideeën, overtuigingen en gedachten van slachtoffers en overlevenden van het concentratiekamp Dachau in relatie brengen tot de toekomst van ons denken over oorlog en vrede. Dit jaar staat Ed. Hoornik centraal, slachtoffer en overlevende van Dachau.


Wij kennen Hoornik vooral als schrijver en dichter. Maar Ed. Hoornik begon zijn carrière als journalist bij De Tijd en later het Algemeen Handelsblad. Een alerte, nieuwsgierige schrijver die al vroeg de dreiging voelde van het naziregime en dat uitte in de krant en in zijn vrije werk. Het gedicht Pogrom uit 1938 spreekt boekdelen en reflecteert de angst, onzekerheid en dreiging die de tweede helft van de jaren dertig gekenmerkt heeft.

Vijf IJkpunten voor “dat nooit weer”

Hoornik positioneerde zichzelf als kunstenaar, reflecterend, zoekend naar duiding. Hij zette op papier wat nu mede de basis vormt voor de belangrijkste ijkpunten van ons Comité. Vijf ijkpunten die het best worden verbeeld door de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, vanuit het perspectief van dat nooit weer, in willekeurige volgorde:


• ten eerste de onuitwisbaarheid van oorlogsgeweld gesymboliseerd door de omgekomen militairen;
• ten tweede de kwetsbaarheid van vrijheid, zichtbaar in de slachtoffers van politiek geweld;
• ten derde de onrechtvaardigheid van discriminatie, verbeeld door zij die vermoord werden op grond van etniciteit en geaardheid;
• ten vierde de willekeurigheid van geweld met burgerslachtoffers als symbool;
• en tot slot de universaliteit van geweld verbeeld door de oorlogsslachtoffers in Azië

Ed. Hoornik representeert de kwetsbaarheid van vrijheid. En de relevantie van hetgeen hij daarover geschreven en tot zijn levenswerk gemaakt heeft, is nog steeds urgent. Want pas op het moment dat we onze eigen onzekerheid en kwetsbaarheid durven onderkennen staan we open voor anderen.

Lionel Veer.

Vandaag hebben wij een kans ons open te stellen voor het verhaal van de ander met de lezing van onze voormalig Mensenrechten- en huidige Unesco ambassadeur Lionel Veer. De noodzaak daartoe lijkt steeds meer toe te nemen, 73 jaar na de beëindiging van 12 jaar Dachau ontsteltenis. Voordat Lionel Veer zijn doorwrochte historische betoog en de vragen die dat oproept met u deelt, neem ik u graag mee in de gedachten van ons comité over de relatie tussen toen en nu.

 

In 1938 schreef Ed. Hoornik in zijn gedicht Pogrom niet alleen beschouwend maar ook vooruitziend:

 De Jodenbreestraat is een diep ravijn
ik zie mijn schaduw dansen op de wanden
Het is maar tien uur sporen naar Berlijn.

 

Do not mention the war!

Hoornik zette zijn gedachten over onrust en angst op papier. Hij reflecteerde net zoals Du Perron en Ter Braak niet alleen op wat gebeurde, maar ook op wat hij zag komen: 10 uur sporen naar Berlijn. Ook nu zien we, net als in de jaren 30, in de kunsten de verbeelding van maatschappelijke ontwikkelingen. Kunstenaars staan net als toen niet meer aan de zijlijn zoals in de modernistische periode na de Tweede Wereldoorlog; nee, ze staan midden in de samenleving. Beeld is bepalend geworden, (nieuws)fotografie, video, zelfs maatschappijkritische games. Kunstenaars, maar ook journalisten verbeelden zowel de gevolgen van escalatie net als de dreiging die er van uitgaat. Maar de parallellen tussen toen en nu blijven versluierd. Het is not done publiekelijk de vergelijking te trekken tussen de jaren 30 en nu. Don’t mention the war is het devies; kunstenaars willen hun creaties niet blootgeven aan de destructieve werking van ons historisch oorlogssyndroom. Maar als je met twee benen in de samenleving staat, de realiteit aanschouwt, is het maar de vraag of het uit de weg gaan van de vergelijking tussen de jaren 30 en nu, nog acceptabel is.


De vergelijking is de escalatie

Natuurlijk, Trump, Wilders en de Brexit zijn Hitler niet, maar wel uitingsvormen van een maatschappij in escalatie. Net als in de jaren 30 staat de gevestigde orde onder druk. Een gevestigde orde, die de onzekerheid, de angst, de onrust voelt van het rottingsproces van de wortels van zijn bestaan. Het zijn de generaties die op de schouders stonden van de vrijheidsstrijd van de Tweede Wereldoorlog, die nu moeite hebben met een andere invulling van vrijheden. Dat is begrijpelijk. Want als het eigen huis, de auto, toegang tot onderwijs en een gezin dat het beter krijgt, culmineert in globalisering en digitale ongrijpbaarheid, wat geeft je dan nog houvast?


De-escaleren om een tragedie te voorkomen

Jarenlang konden wij ons wanen in de rust van de welvaartsontwikkeling: vooruit voor iedereen. De eindigheid van die ontwikkeling is realiteit. Decennialange gewoonte voldoet niet meer, onzekerheid is de motor van maatschappelijke escalatie. Hoe te de-escaleren is nu net zo relevant als toen, in de jaren dertig toen het niet lukte. Het is die vraag die dringender is dan we vele decennia hebben gedacht. Lang hebben we gedacht dat de verschrikkingen van de oorlog verankerd waren in het collectieve bewustzijn. Maar het gedachtegoed van de lessen van de Tweede Wereldoorlog, die een nieuwe tragedie voor ons voorgoed zou voorkomen, blijkt angstig weinig geïnternaliseerd, zodra bestaande waarden onder druk staan. De huidige staat van het land en de wereld maakt de vraag urgent: hoe komen we nu wel aan de voorkant van de escalatie.


Achter de symptomen

Dan willen we teruggrijpen op de mensen die ons informeren, die de verhalen maken waarmee we ons wereldbeeld opbouwen. Hoe gaan wij om met onze journalisten, onze schrijvers en onze dichters. Een vrije stem, het laten horen van een tegengeluid is niet zonder risico. Veilige havens voor nieuws- en verhalenmakers staan onder druk, onafhankelijkheid is niet vanzelfsprekend. Met als risico, media die niet verbinden, maar segregeren en escaleren. Onder politieke druk is de verschuiving zichtbaar: sterker dan voorheen scherpt de nieuwe media ons kritisch denken niet, maar bevestigt ze ons in ons eigen gelijk. Nieuws langs de lijnen van ons eigen digitale profiel wint het van een brede kritische blik We zullen onszelf onder de loep moeten nemen. Vorig jaar riep het Nederlands Dachau Comité nog op tot persoonlijke moraliteit. Maar komen we met die oproep bij het benoemen van de oorzaken van escalatie? En hebben we daarmee een antwoord dat bijdraagt aan de-escalatie? Onze opdracht is om net als Ed. Hoornik niet alleen te reflecteren op gebeurtenissen, maar om de gewaarwordingen en sentimenten achter de gebeurtenissen te duiden, te verzachten en te verbinden. Dan doen we waar we voor zijn opgericht: dat nooit weer.

Onzekerheid en angst heersen

Laten we maar eens een begin maken. Escalatie in onze samenleving komt net als in de jaren dertig voort uit onzekerheid en angst voor het verlies van materiële en immateriële waarden. Die angst was toen en is nu begrijpelijk, maar biedt geen uitweg! Destijds waren inflatie, rancune en stijgende armoede drijvende krachten achter escalatie. Heden ten dage hebben globalisering, digitalisering, politisering van consumptieve waarden en een liberaal technocratische inrichting van ons bestel veel gebracht, maar niet aan iedereen. Je moet het maar bij kunnen houden dat de versheid van je tomaten afhankelijk is van een teler uit Brazilië. Je moet maar begrijpen dat je invulformulier in de cloud wordt afgedaan. Ontleen maar eens zekerheid aan de beweging van individueel bezit naar collectief gebruik, dat gepaard gaat met het verlies van een herkenbaar materieel houvast.


Geborgenheid en nabijheid uit zicht

Net als de gevestigde generaties in de jaren dertig, die hun broos opbouwende waarden tussen de vingers zagen wegglippen, zijn degenen die goed uit de emancipatiegolf van de jaren 60, 70 en 80 kwamen, in de laatste 15 jaar in hoog tempo op achterstand geraakt. De vorming van een globale en digitale samenleving kwam niet tot stand met of door deze generatie, maar ging over hen heen. Net als in de jaren dertig werden de termen geborgenheid en nabijheid in deze dynamiek veelal vergeten. Niets menselijks is ons vreemd: geborgenheid en nabijheid hebben wij nodig om grip op ons bestaan te houden. Het is precies dat gebrek aan grip dat nu en in de jaren dertig als de schoot van het grootzeil uit onze vingers schiet. Opstekende wind gaat met een veilig geachte koers aan de haal. Actie is nodig, want verandering van koers gaat nooit vanzelf. Jongere generaties ontlenen grip aan de mate waarin zij zich in het digitale tijdperk hun ambities en dromen kunnen verwezenlijken. Maar de 40-ers, 50-ers en 60-ers kwamen van elders en missen de aansluiting massaal.


Oproep voor een veilige toekomst

Daarom doet het Nederlands Dachau Comité met de verkiezingen en een nieuwe formatie voor de boeg een dringende oproep aan de bestuurders van straks. Leer van de escalatie uit de jaren dertig en trek daaruit conclusies voor het heden. Zoek in uw plannen en akkoorden meer naar de ontwikkeling van geborgenheid en nabijheid, in plaats van het alleen voeren van de liberaal technocratische agenda van de nieuwe tijd. Zoek naar de nieuwe invulling van welzijn. Niet die van sociale gelijkheid en armoedebestrijding, maar die van inclusiviteit en grip op het eigen bestaan. Bevestig met kracht de erkenning van intermenselijke verschillen. Dat vraagt om investeringen, die in de jaren dertig achterwege bleven.

Investeringen die niet alleen uitgaan van de collectieve veiligheid maar ook van de individuele zekerheid. En investeer juist ook in degenen die duiden en reflecteren, via de zachte en verbindende kant van ons brein. Omhul mensen die het kritische tegengeluid brengen. Biedt perspectief, niet in materiële maar in ontwikkelende zin, juist aan diegenen die uit onmacht juichen bij de baring van escalerende tekenen. Laat niet na wat in de jaren dertig werd nagelaten, besteed meer aandacht aan mensen, minder aan systemen.


Do mention the war!

Escalatie kent uiteindelijk geen andere uitweg dan geweld, discriminatie, uitsluiting en willekeur. We moeten in staat zijn diegenen die zich laten leiden door angst en onzekerheid te doordringen van het besef dat verlies van vrijheid zal leiden tot een tragedie die, zo leert ons de geschiedenis, groter zal zijn dan de laatste die we ons herinneren. Natuurlijk zegt het Nederlands Dachau Comité iets over persoonlijke moraliteit, roept zij op tot begrip en erbarmen voor degenen die verloren dreigen te gaan in de ontwikkelingen, waar zij eerder succesvol waren. Maar dit jaar roept het Comité ook op om meer aandacht te hebben voor een antwoord op de oorzaken van maatschappelijke escalatie en te handelen. Do mention the war!

Wimar Jaeger, bestuurslid Nederlands Dachau Comité