Geen nummers maar Namen

Voor Geen nummers maar Namen stond het jubileum-herdenkingsjaar 2015 in het teken van een reeks van activiteiten. Dit jaar schreven jongeren vijf nieuwe biografieën van Nederlandse oud-Dachauers, zijn alle tot nu toe geschreven biografieën van Nederlanders gebundeld in een boek, opende in het Verzetsmuseum Amsterdam een grote tentoonstelling over Dachau en was de reizende banierententoonstelling Geen nummers maar Namen te zien Amsterdam, Baarn, Oosterbeek, Groningen en Amersfoort. In de hoofdstad stonden op 4 mei ook nog eens elf jongeren op de planken van Theater Bellevue om te vertellen over Dachau.

Door Jos Sinnema

 

Koning opent tentoonstelling in het Verzetsmuseum Amsterdam

Op 22 april 2015 opende koning Willem Alexander in het Verzetsmuseum Amsterdam de tentoonstelling Geen nummers maar Namen – Nederlandse politieke gevangenen in concentratiekamp Dachau. De koning bleef langer dan gepland. In een ontspannen sfeer ging hij in gesprek met de oud-gevangenen en de jongeren die meewerkten aan de tentoonstelling.

  koning willem alexander

 Foto: Hanne Nijhuis

 

De tentoonstelling, die tot 2 november te zien was, had een biografische insteek. Uitgangspunt waren de biografieën van oud-Dachauers die jongeren de afgelopen jaren schreven voor het herinneringsboek in de Verzoeningskerk op de gedenkplaats Dachau. Twaalf aangrijpende verhalen gaven het publiek een beeld van de verschillende groepen politieke gevangenen en hun ervaringen in gevangenschap. De centrale vraag was: hoe bewaar je je menselijkheid in een concentratiekamp dat is gericht op ontmenselijking? Bijzondere persoonlijke objecten maakten dit inzichtelijk: Jaap van Mesdag maakte muziek, Pim Boellaard kraste een dambord in het deksel van een kist, Lies Bueninck hield een foto van haar dochtertje verstopt en Jo Kapteyn putte kracht uit zijn bijbel.

In de tentoonstelling kwamen ook de jongeren aan het woord. In filmpjes bij de vitrines duidden zij de tentoongestelde objecten, vertelden zij over het contact met de oud-Dachauer en de betekenis van het biografieproject. Sydney Weith, die over Ernst Sillem schreef, legde uit hoe zij hierdoor blijvend bij het verleden betrokken is geraakt:

Door mijn generatie wordt herdenken heel vaak als een beetje overbodig gezien. Maar door deze ervaring, en door ook daadwerkelijk naar de kampen geweest te zijn, mét de overlevenden, heb ik gezien dat herdenken weldegelijk heel erg belangrijk is. En ja…, ik had nooit gedacht dat ik daardoor zo’n andere kijk daarop zou gaan krijgen.

Aandacht voor de actualiteit was er ook, want ook nu worden er mensen vanwege hun overtuiging en verzet tegen dictatuur gevangengezet. Hiervoor werkte het Verzetsmuseum samen met Amnesty International en verdiepten scholieren zich in het lot van drie hedendaagse politieke gevangenen. Jonas Jeunink sprak met de uit Eritrea afkomstige Ibrahim Sherifo, wiens ouders en tien andere oppositieleden de president in een open brief vroegen om een open dialoog en meer democratie. Dat was in 2001. Ibrahims ouders werden opgepakt en zijn sindsdien spoorloos. Jonas:

Wat ik me vooral heb gerealiseerd is dat er nog steeds plekken op de wereld zijn waar mensen verdwijnen en waar mensenrechten geschonden worden. En dat het niet iets alleen van vroeger is. Zoals bijvoorbeeld de mensen uit Dachau. […] Stel je voor je zou Ibrahim rond zien lopen in de stad, je zou het niet verwachten. En daar bedoel ik eigenlijk mee dat er genoeg mensen rondlopen, ook hier in Amsterdam, die dit soort dingen hebben meegemaakt. Maar je weet het niet… daarom vind ik het ook zo belangrijk dat mensen zijn verhaal horen.

 gnmn14

Conservator Karen Tessel geeft uitleg bij de vitrine van Pim Boellaard.

Foto: Hanne Nijhuis

 

 koning willem alexander 2

 In gesprek met oud-Dachauers Jan van Kuik en Skippy de Vaal.

Foto: Hanne Nijhuis

 

 

Jongeren vertellen over Dachau

Geen nummers maar Namen – jongeren vertellen over Dachau. Onder die noemer vond op 4 mei in Theater Bellevue in Amsterdam een podiumpresentatie plaats, in het kader van Theater na de Dam. Elf jongeren die de afgelopen jaren voor het herinneringsboekproject Geen nummers maar Namen biografieën van oud-Dachauers schreven, deelden hun ervaringen, gevoelens en gedachten met het publiek. De belangstelling was groot: alle 240 plaatsen waren bezet.

 

 gnmn9

 Fotograaf onbekend

De podiumpresentatie was een idee van Leoni Jansen, werd geregisseerd door Jan-Eric Hulsman en gepresenteerd door Leon van der Zanden. Daar waar woorden tekortschoten zong Nina June en maakte Rutger Martens muziek. Oud-Dachauers Skippy de Vaal en Willemijn Petroff-van Gurp waren eregasten. Als onderdeel van de podiumpresentatie hield Willemijn zelfs een toespraak. Iemand uit het publiek schreef na de presentatie op een blog: “Met ontroerende woorden vertelde zij over de warmte en zorg die zij onder de extreme omstandigheden in het kamp kreeg van haar vriendinnen, zonder wie zij het waarschijnlijk niet zou hebben overleefd. Ze zei:

Deze en andere ervaringen hebben mij geleerd dat alle mensen gelijk zijn. De werkelijke waarde zit niet in rang of stand, maar in het hart. Ook dat is een wijze les uit het kamp, die ik wil doorgeven.

De ongelofelijke kracht en warmte die zij uitstraalde, en die je ook bij de presentaties van het herinneringsboekproject ziet, vooral in de toespraken van de overlevenden, maakte op iedereen in de zaal diepe indruk.”

Naast negen Nederlandse jongeren deden ook twee Duitse jongeren aan de podiumpresentatie mee. Henriette Schulze voelde zich trots dat ze “het verhaal van mensen die hebben geleden onder het naziregime zo kon doorgeven.” Maar het mooiste moment voor haar kwam na de afloop, toen mensen haar hun reactie gaven:

Het betekende veel voor me dat Jack en Karolien van Ommen er ook waren (ik heb de biografie van hun moeder geschreven) en dat ik ook met hen kon praten. Veel mensen kwamen na de voorstelling op mij en Anna af, om te zeggen hoe bijzonder ze het vonden dat wij helemaal uit Duitsland waren gekomen om met de voorstelling mee te doen. Dat gaf me een heel goed gevoel.

 

 

Vijf nieuwe biografieën voor het herinneringsboek

Het afgelopen schooljaar schreven jongeren voor het herinneringsboek in de Verzoeningskerk op de gedenkplaats Dachau vijf nieuwe biografieën van Nederlandse oud-Dachauers. In maart 2015 reisden ze naar Dachau om de biografieën te presenteren. Oud-Dachauer Henk van de Water en familieleden van Nico Peeters, die in Dachau omkwam, reisden mee.

Henk van de Water kwam in februari 1945 in Dachau terecht nadat hij voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland was gestuurd, daar gevlucht was van zijn werkplek en gearresteerd. Hoewel hij, zoals hij zelf zegt, “maar drie maanden” in Dachau was, had zijn gevangenschap geen dag langer moeten duren. Henk liep vlektyfus op en was te ziek om de bevrijding echt mee te kunnen krijgen. In zijn biografie tekenden Ischa Schrijver en Jelle Tabak op:

Achter hem in de ziekenboeg lag een Belg in even slechte conditie. “Die zei iedere dag tegen mij: ‘Ik breng jou naar Holland!’” Deze gedachte hield Henk op de been. “De Amerikaanse dokters kwamen binnen, ze keken rond. Even later zag ik hoe ze een wit laken over de Belg heen legden. Hij was dood.”

Voor Henk was het weerzien met het kamp emotioneel. Toch kijkt hij met een goed gevoel terug op de reis. Hij is blij dat zijn levensverhaal is opgetekend. Bij de biografiepresentatie hield Henk een korte speech. “Ik vind het belangrijk dat onze ervaringen als waarschuwing voor de mensen doorgegeven worden”, zei hij, waarna Ischa en Jelle bedankte voor de respectvolle manier waarop zij met zijn verhaal omgingen.

Veel indruk maakte ook de herdenking op de plek waar barak 22 stond, de barak waar Nico Peeters was ondergebracht. Over Nico, die betrokken was bij het communistisch verzet, schreven Hannah Burger en Joshua Stom:

In het voorjaar van 1945 verwachtte iedereen dat de oorlog snel voorbij zou zijn. De familie hield hoop dat Nico weer thuis zou komen. Op 12 april was Nico jarig, hij werd 52. Dochter Tonny kocht een azaleaplantje voor hem, voor als hij weer terug zou zijn. Maar eind april kregen ze bericht dat Nico al enkele maanden dood was. Nico overleed waarschijnlijk aan vlektyfus op 21 februari 1945, twee maanden voor de bevrijding van het kamp door de Amerikanen.

Bij barak 22 hield kleinzoon Alex Geelhoed een ontroerende toespraak over de opa die hij nooit heeft gekend.

Om de biografie van Nico te kunnen schrijven, hadden Hannah en Joshua onder meer een interview met Nico’s nu 92-jarige dochter Tonny. Bij de presentatie van de Nico’s biografie zeiden ze:

We zijn blij dat wij deel konden nemen aan dit project, wat we ons voor een lange tijd zullen herinneren. Deze ervaring heeft ons zicht op de oorlog erg veranderend. Eerst leek het erg ver weg en lang geleden, maar toen we de verhalen van Tonny hoorden, en zagen hoe ze zich voelde tijdens onze conversatie, realiseerden wij ons dat het nog helemaal niet zo lang geleden is. De manier hoe wij ons nu voorstellen hoe het vroeger geweest moet zijn, is veel realistischer dan eerst. We zijn erg dankbaar en vinden het een grote eer dat wij Nico’s verhaal op mochten schrijven. We hebben er erg veel van geleerd.

Naast de biografieën Henk van de Water en Nico Peeters werden ook de biografieën van Lies Bueninck, Djajeng Pratomo en Dingenis Sinke in het herinneringsboek opgenomen.

 

 gnmn13

De Nederlandse delegatie in Dachau.

Fotograaf onbekend

 

 gnmn10

Henk van de Water spreekt tijdens de bijeenkomst in Dachau.

Fotograaf onbekend

 

 gnmn3

Herdenking bij barak 22, met Henk van de Water in de rolstoel.

Fotograaf onbekend

 gnmn5

Witte rozen bij waar barak 22 stond en Nico Peeters verbleef.

Fotograaf onbekend

 

Biografieën oud-Dachauers gebundeld in boek

De afgelopen jaren zijn voor het herinneringsboekproject in Dachau 19 biografieën van Nederlandse oud-Dachauers geschreven. Dit jaar zijn ze gebundeld in een boek: Geen nummers maar Namen – levensverhalen uit concentratiekamp Dachau. Op 22 april 2015 nam koning Willem Alexander het eerste exemplaar in ontvangst.

Bij de 19 biografieën in het 204 pagina’s tellende boek zijn veel (familie)foto’s opgenomen. Zo worden de aangrijpende levensverhalen van de oud-gevangenen niet alleen in woorden, maar ook in beelden geschetst. De vele foto’s nodigen uit om in het boek te bladeren. Ze laten letterlijk de mens zien achter het nummer dat de gevangenen in het concentratiekamp waren. Van de nu 101-jarige Raden Mas Djajeng Pratomo is er een foto die precies honderd jaar geleden werd gemaakt: Djajeng als 1-jarige in de box, in Bagan Si Api-Api op Sumatra.

Djajeng groeide op in een vooraanstaande familie, waaraan hij de adellijke titel ‘Raden’ dankt. Desondanks werd hij in het koloniale Nederlands-Indië gediscrimineerd, aldus zijn biografen Jeannot Mets en Fedde van der Herberg. Zo mocht hij niet in het zwembad Tjikini komen omdat het daar ‘verboden was voor honden en inlanders’. Nadat hij in 1936 voor studie naar Nederland was gekomen, sloot Dajeng zich aan bij Perhimpunan Indonesia (PI), een Indonesische studentenvereniging die zich inzette voor onafhankelijkheid. Met het opkomend fascisme bleken sommige PI-leden Japan als voorbeeld te zien, maar Djajeng was een van degenen die hen ervan overtuigde dat het fascisme een nog grotere bedreiging voor de Indonesiërs vormde. Dit gevaar moest eerst bestreden worden. Zo keerde de PI zich ook tegen de Duitse agressie, en raakte Djajeng na de Duitse inval in Nederland diep verzeild in het verzet.

Aan zeven oud-Dachauers uit het boek is ook aandacht besteed in de tentoonstelling in het Verzetsmuseum Amsterdam. Onder hen Lies Bueninck, wier biografie is geschreven door Tess Verduijn en Jur Plötz. Centraal in Lies’ biografie staat de foto van haar dochtertje Joke, die Lies in de concentratiekampen Vught, Ravensbrück en Dachau verstopt wist te houden. Bij de opening van de tentoonstelling in het Verzetsmuseum boden Tess en Jur koning Willem Alexander het eerste exemplaar van het boek aan. Over de foto vertelde Tess:

Deze foto was een hele grote steun voor Lies, maar ook voor haar kampvriendinnen. Om elke dag dit stralende gezichtje te kunnen zien, was voor haar een hele grote motivatie om terug te keren. Ze wilde gewoon sterk blijven en volhouden, zodat ze uiteindelijk kon terugkeren naar haar dochter.

In het inleidende hoofdstuk wordt beschreven hoe de biografieën tot stand zijn gekomen. Het laat zien hoeveel indruk het biografieproject maakt op de oud-Dauchauers en de jongeren die hun biografieën schreven. Het laatste hoofdstuk is een gedegen artikel over de Nederlandse gevangenen in Dachau. Dat biedt context en verdieping – niet eerder werd deze geschiedenis zo uitgebreid te boek gesteld.

Naast de biografieën van Lies Bueninck en Djajeng Pratomo bevat het boek de biografieën van Rudolf Bierman, Gosse Blijdorp, Titus Brandsma, Hendrika Heinsius, Johannes Kapteyn, Hubregt Karstanje, Jan van Kuik, Jaap van Mesdag, Renny van Ommen-de Vries, Nico Peeters, Willemijn Petroff-van Gurp, Pim Reijntjes, Ernst Sillem, Dingenis Sinke, Jan de Vaal, Henk van de Water en Karel Witmond.

 

 

 hnmn8

Tess Verduijn en Jur Plötz overhandigen koning Willem Alexander het eerste exemplaar.

Foto: Simon Verhoef

 

 gnmn7

 Foto: Dick Verdonkschot

 gnmn4

Jeannot Mets (l) en Fedde van der Herberg (r) met Djajeng Pratomo,

Foto: Marjati Pratomo

 

 

Banierententoonstelling reist door Nederland

Van maart tot en met mei 2016 is in Nationaal Monument Kamp Vught de reizende banierententoonstelling Geen nummers maar Namen te zien. Op 24 maart 2016 is er een presentatie en worden er twee nieuwe banieren onthuld.

De reizende banierententoonstelling hoort bij het herinneringsboekproject in de Verzoeningskerk op de gedenkplaats Dachau, waaraan Nederlandse scholieren nu al zes jaar bijdragen. Naast de banieren met informatie over Dachau en het herinneringsboekproject, zullen in Vught acht banieren te zien zijn van oud-Dachauers die ook in Vught gevangen hebben gezeten: Rudolf Bierman, Hubregt Karstanje, Jaap van Mesdag, Willemijn Petroff-van Gurp, Pim Reijntjes, Ernst Sillem, Jan de Vaal en Karel Witmond. Tijdens de presentatie op donderdag 24 maart worden hier twee nieuwe banieren aan toegevoegd: die van Lies Bueninck en Djajeng Pratomo. Scholieren van Het Baarnsch Lyceum, die afgelopen schooljaar de biografieën van Lies en Djajeng schreven, vertellen dan over hun verzets- en kampverleden. Als alles goed gaat, worden er ook drie nieuwe biografieën gepresenteerd, waaraan nu nog wordt gewerkt:

Apolonia Lucie Buma, door Barbara Gabeler en Imke Westrik, Emmauscollege Rotterdam

Jan de Vries, door Sue Bloemhard en Saar Visbeen, Cartesius Lyceum Amsterdam

Henk Zanoli, door Sophie Pelzer en Sophia Hoek, Het Baarnsch Lyceum

 

De presentatie start om 15.30 uur en duurt tot 17.00 uur. Aansluitend is er tot 18.00 uur een borrel. Meer informatie volgt op de website van Nationaal Monument Kamp Vught: www.nmkvught.nl.

Vught neemt de reizende tentoonstelling over van Nationaal Monument Kamp Amersfoort, dat de banieren toonde van oud-Dachauers die ook in Amersfoort gevangen hebben gezeten. In 2015 was de reizende banierententoonstelling ook te zien in het gemeentehuis in Baarn, in de Nassaukerk in Amsterdam, in de Oosterkerk in Groningen en in de Bernulphuskerk in Oosterbeek. De presentaties die de betrokken jongeren hier gaven, maakten steevast veel indruk. Zo schreef iemand in Amsterdam in het gastenboek:

 

Wat een mooie middag. Ik word er stil van om deze verhalen te horen. Mooie verbinding met deze jonge mensen en de verhalen over de oorlog, kamp Dachau. Dank jullie wel. Ga er mee door, het is nodig!

 

 gnmn12

Reizende banierententoonstelling in de Nassaukerk in Amsterdam.

Foto: Simon Knappstein

 gnmn6

Reizende banierententoonstelling in NMK Amersfoort.

Foto: Jos Sinnema

 

 gnmn11

Presentatie bij de tentoonstelling in het gemeentehuis in Baarn.

Foto: Piet Hermans Photography