Toespraak Aad Meinderts, Directeur Literatuurmuseum

AadMeinderts LieratuurmuseumIMG 7526

 

‘Weet jij wat een communist is?
Hij die alle werken van Marx gelezen heeft.
En wat is een anticommunist?
Hij die alle werken van Marx begrepen heeft!’

 

Nico Rost: “Stem der Lage Landen”

AadMeinderts LieratuurmuseumIMG 7522

 

 

Dames en heren,

Graag heet ik u als directeur van het Literatuurmuseum allen van harte welkom bij de jaarlijkse Dachaulezing. Twee jaar geleden stond die in het teken van de dichter Ed. Hoornik en het verheugt mij zeer dat de organisatoren nu net als toen het Literatuurmuseum als locatie hebben gekozen. Dit jaar cirkelt de Dachaulezing rondom de schrijver Nico Rost (1896-1967).

 

Nico Rost was veel. Journalist. Schrijver. Actief antifascist. Verzetsman. Communist. Liefhebber van de Duitse literatuur. Inspirator van Louis Paul Boon. Rokkenjager. Levensgenieter. Hij heeft Kafka ontmoet, was aanwezig bij de begrafenis van Lenin en sprak met Trotski. Bevriend met tal van schrijvers en kunstenaars uit binnen- en buitenland. Zijn naam heeft bij de lezer van nu nog een bekende klank door zijn boek Goethe in Dachau, dat duidelijk maakt dat zijn oorlogs- en kampervaringen hem niet weerhielden van de Duitse cultuur en literatuur te blijven houden. Niet Duitsland was verkeerd, de nazi’s waren dat.

 

Aad Meinderts, directeur Literatuurmuseum

Zo’n leven is een biografie waard en die is dan ook verschenen, in 1997, geschreven door Hans Olink. Pas door dit boek kwam ik te weten – vergeef mij dit persoonlijke zijpad – dat mijn schoonvader, de dichter Jos Steegstra, bevriend is geweest met Nico Rost. Olink sluit zijn biografie af met een gedicht van Jos dat hij na het overlijden van Rost schreef. Ik citeer het graag:

 

Laatste ontmoeting
Enkele woorden zoefden als pijlen
In de kamers van mijn hart
De rimpels van een heel leven
Etsten leed
Op de witte plekken van mijn huid
Bijtend zuur
Afgespoeld
Door de glimp
Van zijn ogen.
Nu – na maanden –
Wreekt zich de afstand in jaren.
Voor N.R. (1967)

 

Nico Rost is niet de grote literaire auteur geworden die hij zo graag wilde zijn. Annie Romein-Verschoor beweerde ooit dat hij daar het talent voor ontbeerde. Je zou ook kunnen stellen dat zijn talent niet herkend en dus niet erkend werd, zoals Rico Bulthuis meende, die vond dat Rost te vroeg geboren was omdat de reportage als genre nog te onbekend was. Bulthuis schreef: ‘De tijd waarin hij jong was, kende geen waardering voor deze manier van schrijven die op dit ogenblik een groot deel van onze literatuur is gaan beheersen. […] Hij is geen woordkunstenaar, beeldspraak is hem vreemd. Typische vondsten doet hij niet en wil hij ook niet doen, maar zijn taal vloeit als water.’

Nico Rost was een man die zich het lot van de verworpenen der aarde aantrok. Hij speelde een rol in de communistische partij, was er ook een tijd lid van, maar werd na de oorlog slachtoffer van de machinaties van de Partij, vooral toen niemand iemand nog vertrouwde en alles en iedereen werd geschaduwd, of dacht geschaduwd te worden en moest wijken voor de partijlijn, waarheen die lijn ook zou leiden. Uiteindelijk was Rost sowieso een te grillige persoonlijkheid – teveel onafhankelijk kunstenaar zou je kunnen zeggen – om niet ook het slachtoffer te worden van de ijzeren partijdiscipline. Het heeft hem vele vriendschappen gekost, die van Anna Seghers bijvoorbeeld, wier beroemde roman Das siebte Kreuz hij had vertaald. Ook Theun de Vries brak met hem. Diens trouw aan Stalin was een langer leven beschoren dan die van Rost. Laatstgenoemde werd als ‘renegaat’ gezien, zo’n beetje het ergste etiket dat je in orthodox communistische kring opgeplakt kon krijgen. Al bleef Rost het marxisme zijn hele leven trouw, hij luisterde liever naar zijn eigen geweten dan naar de directieven van een partij en slaagde er uiteindelijk in zichzelf en zijn politieke en filosofische overtuiging te ironiseren. Menigeen heeft hem de volgende grap horen vertellen:

‘Weet jij wat een communist is?

Hij die alle werken van Marx gelezen heeft.

En wat is een anticommunist?

Hij die alle werken van Marx begrepen heeft!’

 

De Dachaulezing van dit jaar is voor het Literatuurmuseum aanleiding geweest een bescheiden expositie over Nico Rost in te richten; de Universiteit Leiden dank ik voor de ter beschikking gestelde bruiklenen. Mocht u deze tentoonstelling nog niet hebben kunnen bekijken dan is daar na afloop van het officiële gedeelte van het programma nog alle gelegenheid toe. Met dank aan de stad Dachau kunt u vandaag ook de banieren bekijken waarop werk en leven van Nico Rost worden belicht. Om het eens hoogdravend te zeggen: Literatuur geeft je kracht, maakt je kwetsbaar, laat je twijfelen, is spiegel en venster ineen, maakt het onvoorstelbare voorstelbaar en brengt je in contact met anderen, over de grenzen van tijd en plaats heen. Goethe in Dachau toont deze functie en betekenis van literatuur. Ik hoop dat deze dag ertoe leidt dat u dit hoofdwerk van Nico Rost leest dan wel herleest.

Ik dank u voor uw aandacht.